medisch ethische dilemma's

Medische dilemma's tijdens humanitaire hulp- en vredesmissies

In: Mensenrechten & Gezondheidszorg, december 2002

Hoe staat het met de voorbereiding van medisch personeel dat wordt uitgezonden naar (potenti?le) conflictgebieden, op situaties waarin zij geconfronteerd worden met mensenrechtenschendingen? Hoe gaan deze mensen en hun organisaties om met deze confrontaties als ze zich voordoen? Stille diplomatie of media-aandacht? Zelf oplossen of in samenwerking met mensenrechtenorganisaties? Over dit onderwerp organiseerde de Johannes Wier Stichting op zaterdag 14 december in samenwerking met Cordaid, ICCO, Artsen zonder Grenzen, het Nederlandse Rode Kruis en Defensie een themadag.

Tijdens de vele en verschillende werkcontacten en het mensenrechtenonderwijs blijkt bij herhaling dat gezondheidszorgpersoneel niet of onvoldoende op de hoogte is van de problematiek die ligt op het snijvlak van mensenrechten en gezondheidszorg. Dit tekort wreekt zich vooral tijdens buitenlandse operaties in zogenaamde risicogebieden.

Toenemende globalisering en de verdwenen klassieke tegenstelling tussen het Westen en de communistische wereld, waardoor het aantal regionale conflicten sterk is toegenomen, zorgen er mede voor dat Nederlandse artsen, verpleegkundigen en anderen werkzaam in de gezondheidszorg worden geconfronteerd met ernstige mensenrechtenschendingen. Daarbij valt te denken aan marteling, lijfstraffen, politiek en etnisch geweld en de gevolgen ervan, het niet toegankelijk zijn van de gezondheidszorg voor bepaalde groepen, onder druk worden gezet om vertrouwelijke informatie te geven, enzovoort.

Getuigenissen
Het is niet eenvoudig op dit soort problemen een eenduidig antwoord te geven. Evenmin bestaat er een pasklaar scenario om overal toe te passen. Wel wordt in toenemende mate duidelijk dat het volstrekt onverantwoord is om het oplossen van probleemsituaties over te laten aan de individuele hulpverlener. Organisaties moeten medewerkers die geconfronteerd worden met (getuige zijn van) mensenrechtenschendingen kunnen opvangen en begeleiden, maar ook moet er met deze informatie ('de getuigenissen') iets gedaan worden: een vorm van rapportage die bijdraagt aan het verminderen van de schendingen of het aan de kaak stellen ervan. Hoe verhoudt deze plicht zich tot de terechte behoefte om voor de lokale bevolking aanwezig te blijven? Hoe groot is het risico om wat men ziet naar buiten te brengen? Hoe goed is men voorbereid als individu? Is er in het contract een bepaling opgenomen over het rapporteren van mensenrechtenschendingen? En met welke mensenrechtenbepalingen wordt dan rekening gehouden? Wordt er samengewerkt met mensenrechtenorganisaties? Hoe transparant is een hulporganisatie bij dit soort vragen, ook in haar contacten en afspraken met buitenlandse partners?

Al deze vragen hebben te maken met voorbereiding en onderwijs, met afspraken en contracten, met netwerken en samenwerking tussen hulporganisaties en mensenrechtenorganisaties. Hulporganisaties en collega-beroepsorganisaties onderkennen dat er behoefte is aan informatie en richtlijnen die meer dan nu het geval is toegankelijk zijn voor hulpverleners en die uitgaan van de re?le situaties waarmee collega?s geconfronteerd kunnen worden.

Voorbereiding
Uit een onderzoek dat de Johannes Wier Stichting enkele jaren geleden uitvoerde bleek dat betrokkenen wat dit onderwerp betreft slecht voorbereid aan de slag gaan en soms in ernstige problemen komen als ze worden geconfronteerd met de harde werkelijkheid.
Een goede voorbereiding moet effici?nt zijn, moet de doelgroep niet overladen met onwelkome hoeveelheden informatie, maar wel de weg wijzen op welke manier men op probleemsituaties kan reageren. Dat betekent dus een zekere basiskennis om te herkennen dat er sprake is van een mensenrechtenprobleem; vervolgens kennis hebben van de 'sociale kaart' van personen (ombudsman/vrouw?) en instanties die hierbij kunnen assisteren, en weten wat er van een individuele medewerker kan worden verwacht.
Het blijkt dat hulpverleningsorganisaties op heel verschillende wijze hiermee omgaan, zowel in de mate waarin medewerkers voorbereid worden op het omgaan met mensenrechtenvraagstukken, als in de wijze waarop. Dat is logisch, omdat de achtergronden, taakstellingen en culturen van deze organisaties sterk verschillen. Het is niet moeilijk zich de verschillen voor te stellen tussen bijvoorbeeld Memisa en de Nederlandse strijdkrachten bij vredesmissies. Toch blijkt dat er een redelijke consensus is dat medewerkers die met mensenrechtenschendingen geconfronteerd worden moeten worden begeleid, en dat er met hun kennis en ervaringen iets moet worden gedaan.

Themadag
De Johannes Wier Stichting heeft samen met de genoemde organisaties bijna een jaar aan de voorbereiding van de themadag gewerkt, en ze beschouwt deze voorbereiding als een eerste stap. Veel idee?n zijn reeds geopperd: meer en beter onderwijs, beter toegankelijke debriefing, en goed toegankelijke informatie, ook voor de medewerkers die geen speciale belangstelling voor mensenrechten hebben. Tijdens de themadag op 14 december wisselden de organisaties hun visies en werkwijzen uit, en werden een aantal idee?n besproken. De uitkomst van deze themadag zal de weg wijzen hoe we met zijn allen verder moeten gaan.

Het verslag van de themadag zal binnenkort op de website van de Johannes Wier Stichting te vinden zijn. Indien u zich aanmeldt voor de e-mail nieuwsbrief, ontvangt u hierover automatisch bericht.

Adriaan van Es
Redacteur Mensenrechten & Gezondheidszorg


Geplaatst op: woensdag 4 februari 2004


Johannes Wier Stichting: de mensenrechtenorganisatie van en voor artsen, verpleegkundigen en paramedici. De Johannes Wier Stichting mobiliseert professionals in de gezondheidszorg voor de bevordering van mensenrechten.




doneer direct
online