Veel ongedocumenteerde mensen ervaren grote drempels bij het zoeken van zorg: angst voor registratie of hoge kosten, taalproblemen en afhankelijkheid van informele netwerken. Deze obstakels leiden ertoe dat medische zorg vaak wordt uitgesteld totdat de problemen ernstig worden.
Bekijk het fragment waarin Joyce vertelt over haar ervaringen met toegang tot zorg als ongedocumenteerde.
1. Welke van de bovengenoemde obstakels verwacht je dat cliënten tegen kunnen komen binnen jouw praktijk?
Schrijf er minimaal twee op.
2. Lees de onderstaande casussen
Kies één casus en werk uit:
– welke obstakels deze persoon ervaart
– welke mogelijkheden jij in jouw rol hebt om toegang tot zorg tóch te organiseren
– welke beperkingen of dilemma’s je daarbij tegenkomt.
Casus 1 — Paula Martínez (26 jaar, Colombia)
Paula woont inmiddels twee jaar zonder geldige verblijfspapieren in Nederland en spreekt een klein beetje Nederlands. Eerst verbleef ze bij een kennis in Rotterdam, maar een aantal maanden terug is ze naar Den Haag verhuisd om via via werk te vinden als schoonmaker. Ze slaapt tijdelijk op de bank bij een collega uit Ecuador, maar die verwacht binnenkort familie uit het thuisland waardoor Paula opnieuw naar onderdak moet zoeken. Ze maakt zich zorgen dat ze geen nieuwe huisvesting zal vinden en daardoor haar baan verliest.
Ondertussen merkt ze dat ze al een paar keer niet ongesteld is geworden en last heeft van misselijkheid en een groeiende buik. Ze probeert dit te negeren, uit angst dat een doktersbezoek haar ongedocumenteerde status blootlegt en vanwege de kosten. Pas wanneer haar huisgenoot opmerkingen maakt over haar bolle buik, besluit ze hulp te zoeken. Via de kerk krijgt ze het nummer van een huisarts. Met veel spanning belt ze en ondanks dat ze geen verzekeringsgegevens kan geven, krijgt ze toch een afspraak. De huisarts bevestigt dat ze 20 weken zwanger is en verwijst haar door naar een verloskundige. Paula laat geen contactgegevens achter en is opgelucht dat er niet om geld is gevraagd.
Casus 2 — Ehab el Amrani (11 jaar, Marokko)
Ehab kwam een jaar geleden met zijn moeder Darifa naar Nederland om bij zijn vader te wonen, maar het is hen niet gelukt een geldige verblijfsvergunning te krijgen. Ehab heeft een nieraandoening waarvoor hij in Marokko in behandeling was. Zijn medicijnen raken langzaam op en zijn moeder maakt zich zorgen.
Zijn vader maakt een afspraak bij de huisarts, die bloed- en urineonderzoek laat doen. De huisarts verwijst door naar een internist, maar bij het ziekenhuis worden ze geweigerd omdat ze geen identiteits- of verzekeringsbewijs hebben. Ehab probeert in zijn gebrekkige Nederlands uit te leggen dat ze dit niet hebben, maar zonder succes. Na tussenkomst van de huisarts lukt het alsnog om bij de internist terecht te komen. Ehab krijgt nieuwe medicijnen, maar er volgt een hoge rekening. Uit angst voor de kosten besluiten zijn ouders af te zien van aanvullend onderzoek, terwijl dialyse mogelijk nodig zal zijn.
Casus 3 — Claude Nukuri (31 jaar, Rwanda)
Claude vluchtte uit Rwanda na de genocide waarbij hij zijn vader en broer verloor. Zijn asielaanvraag in Nederland werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs en een onsamenhangend verhaal. Een tijdlang wist hij zich te redden met werk en een gehuurde kamer, maar na verlies van zijn baan raakte hij ook zijn woning kwijt en belandde hij op straat. Zijn psychische klachten namen toe; hij kreeg steeds vaker angstaanvallen.
Een hulporganisatie regelde een intake bij de GGZ waar PTSS werd vastgesteld, maar een behandeling kon niet starten zonder stabiele woonomstandigheden. Een traumacentrum wees hem eveneens af omdat zijn verblijfsstatus onzeker was. Binnen korte tijd stond Claude weer zonder hulp op straat, ondanks zijn ernstige psychische problemen.
Meer weten?
In deze e-learning kun je onder het kopje relevante links een overzicht van relevante websites vinden per les. Je komt automatisch op deze pagina terecht nadat je alle lessen hebt afgerond maar als je gelijk even wilt kijken klik dan in het menu op het kopje relevante links.