Ter gelegenheid van het jaarthema 2026 van de Johannes Wier Stichting (JWS), recht op zorg voor ongedocumenteerde mensen, gingen we in gesprek met Marjolein Tasche, voorzitter van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en Janneke van Gog, senior beleidsadviseur bij de LHV. We spraken over dilemma’s, knelpunten en hoopvolle ontwikkelingen in de zorg voor mensen zonder verblijfsstatus. Een groep die vaak buiten beeld blijft, maar in de spreekkamer van huisartsen regelmatig zichtbaar is. Vaak pas als klachten ernstig zijn.


Waar hun betrokkenheid begon
Voor Tasche begon het met een confrontatie die ze nooit meer is vergeten. Als ziekenhuisbestuurder van het Sint Franciscus Gasthuis & Vlietland werd ze aangesproken door straatdokter Marcel Slockers, die haar liet zien hoe slecht de zorg voor ongedocumenteerde mensen geregeld was. “Dat wakkerde mijn persoonlijke vlammetje aan,” vertelt ze. “We moesten begrijpen dat je prima zorg kunt verlenen aan mensen zonder papieren en dat het onze verantwoordelijkheid is.” Mede door zijn vasthoudendheid hebben de Rotterdamse ziekenhuizen dit gezamenlijk aangepakt.
Van Gog herkent dat gevoel. “Dit onderwerp is beleidsmatig een klein stukje van mijn werk, maar het heeft een groot stuk van mijn hart,” zegt ze. “Mijn affiniteit met ongedocumenteerden loopt als een rode draad door mijn hele carrière heen.”
Hoe de LHV opstaat
Tasche benadrukt dat de inzet van de LHV rust op een eenvoudige maar krachtige overtuiging: “Wij LHV‑huisartsen staan voor goede zorg. We zien iemand in zijn context, liefst in continuïteit, en doen dan het goede. Ongeacht wie het is en of diegene verzekerd is.” De vereniging voelt een sterke verantwoordelijkheid voor mensen in kwetsbare situaties. “We zijn heel begaan met deze groep,” zegt ze. Van Gog zet zich namens de LHV actief in binnen het Lampion‑netwerk, het landelijk netwerk voor gezondheidszorg aan mensen zonder verblijfspapieren.
Die betrokkenheid werd extra zichtbaar toen het wetvoorstel kwam om zorg aan mensen zonder papieren strafbaar te stellen. Tasche reageert fel: “Wij zijn echt opgestaan toen dat idiote idee voor die wetgeving kwam. Strafbaar zijn is natuurlijk van de gekke.” Dit druist in tegen de artseneed. Daarom spreekt de LHV zich uit. Zorg verlenen kan nooit strafbaar zijn.
Onbekendheid belemmert toegang tot zorg
In de dagelijkse praktijk zien huisartsen hoe complex de zorg voor ongedocumenteerde mensen kan zijn. Patiënten komen vaak laat, soms pas wanneer klachten al ernstig zijn. Angst, schaamte of eerdere afwijzing heeft hen weerhouden om eerder hulp te zoeken. Tasche: “Dat is jammer, klachten zijn vaak al veel te ernstig en er is dan intensievere en complexere zorg nodig.”
Veel huisartsen hebben nauwelijks ervaring met ongedocumenteerde mensen. Tasche: “Dit zorgt voor onzekerheid: Hoe doen we dit? Kan ik dat wel doen?” Daardoor worden regelingen soms niet gevonden. “We besteden veel aandacht aan de communicatie hierover.” Tegelijkertijd is de werkdruk hoog. “In sommige regio’s moet je al bikkelen om goede zorg te verlenen, dus dan komt dit er ook nog bij. Dat is wel een dilemma.”
Regionale verschillen
In grote steden komt de combinatie van werkdruk en meer ongedocumenteerde mensen vaker voor, maar daar is het meestal beter georganiseerd. Tasche: “Daar zijn vaak bekende wegen.” Van Gog ziet dat in steden een soort specialisme ontstaat: “Eén of twee praktijken of straatdokters pakken daar de bulk op.” En in de gemeenschap gaat het snel rond “naar welke huisarts je moet als je iets hebt.”
In perifere regio’s ligt dat anders. Daar horen ze: “Ongedocumenteerde mensen zijn er bij ons niet.” Van Gog: “Dat is natuurlijk niet zo, maar het zijn er weinig en ze blijven onder de radar.” En dat leidt tot onbekendheid. “Als je het niet vaak ziet, ken je de regelingen ook niet goed. Daar proberen we iets in te doen, zodat ze makkelijk vindbaar zijn.”
OVV-regeling als basis
Via de subsidieregeling onverzekerbare vreemdelingen (OVV-regeling) kunnen zorgverleners medisch noodzakelijke zorg die zij aan ongedocumenteerde mensen verlenen declareren. Beiden benadrukken hoe goed het is dat deze regeling bestaat en dat Nederland hiermee een solide basis heeft gelegd voor medisch noodzakelijke zorg aan mensen zonder verzekering.
Toch blijft dit een punt van discussie. Van Gog: “Het zou logischer zijn dat je hetzelfde krijgt als voor andere patiënten. Nu is het 80% van het passantentarief.” Terwijl het zorg is, die vrijwel altijd extra tijd, uitleg, alertheid en improvisatie vraagt. Tegelijkertijd benadrukt ze dat de regeling voor huisartsen in de praktijk weinig drempels kent: “Onbekendheid blijft het grootste probleem.”
Medisch noodzakelijke zorg is méér dan spoed
Een terugkerend misverstand is dat medisch noodzakelijke zorg zou samenvallen met acute zorg. Tasche reageert daar nadrukkelijk op: “Medisch noodzakelijke zorg is zeker niet alleen spoed. Je voorkomt juist spoedzorg door eerder in te grijpen.” Tasche noemt het “ongelooflijk belangrijk” dat dit goed wordt uitgelegd, en prijst de rol van straatdokters: “Straatdokters doen onwijs goed werk om daar steeds aandacht voor te vragen.”
De LHV blijft dit punt herhalen, omdat het in gesprekken met VWS telkens terugkomt. Van Gog: “We zijn met VWS in gesprek over de harmonisatie‑regeling, om te kijken of we de term ‘medisch noodzakelijke zorg’ kunnen schrappen. Het komt eigenlijk gewoon neer op de basiszorg uit het verzekeringspakket. Dat geeft veel minder interpretatieverwarring.”
Wanneer de zorg stokt
Een ander knelpunt is dat de zorgketen stokt zodra een patiënt wordt verwezen naar het ziekenhuis of de GGZ. Van Gog: “Dan kan jij wel iemand doorsturen, maar komt die persoon daar niet aan uit angst voor kosten, of omdat de balie zegt dat eerst betaald moet worden.”
Daar aan de balie ontstaat vaak verwarring: geen BSN, geen verzekering, geen dossier. Dat zorgt soms voor onbedoelde drempels of zelfs weigering. Tasche benadrukt hoe belangrijk dat eerste moment is: “De eerste entree is cruciaal. Alle professionals moeten weten dat zorg gewoon geleverd kan worden, ook aan ongedocumenteerde patiënten.”
Inspirerende initiatieven
Ondanks de knelpunten zien ze ook hoopvolle bewegingen en initiatieven ontstaan. Van Gog: “Amsterdam is in gesprek met huisartsen om de vaste onverzekerde en ongedocumenteerde mensen binnen de stad onder te brengen bij een vaste praktijk.” Dat is essentieel voor continuïteit van zorg: een vaste huisarts geeft rust, herkenning en voorkomt dat mensen telkens opnieuw moeten beginnen. Dit zorgt ook voor een betere verdeling van de patiënten over de praktijken, zodat de druk niet op een paar plekken terechtkomt.
Een ander voorbeeld is een praktijk in Venlo, waar veel arbeidsmigranten voorkomen, die uitgegroeid is tot een vaste plek waar anderstaligen terecht kunnen. Het team spreekt verschillende talen en werkt laagdrempelig. Tasche: “Wie er ook binnenkomt, ze zoeken iemand erbij die de taal spreekt.” Dat maakt de drempel tot zorg letterlijk kleiner. “Zij zijn terecht trots op deze manier van werken.”
Verbinding met sociaal domein is cruciaal
Voor Tasche is het helder waar de echte oplossing ligt: “Dat is in het sociaal domein. Je wilt dat mensen uit die kwetsbare levenssituatie komen.” Huisartsen kunnen veel, maar niet alles. Zonder stabiele huisvesting, veiligheid en toegang tot basisvoorzieningen blijft zorg altijd beperkt tot het oplossen van acute problemen in plaats van het bieden van structurele oplossingen.
Van Gog benadrukt hoe belangrijk de samenwerking tussen zorg en sociaal domein is: “Als je de zorg voor deze groep wilt aanpakken, moet je ook dakloosheid, bestaanszekerheid en veiligheid aanpakken.” Gemeenten spelen hierin een cruciale rol.
In wijken en buurten ontstaan steeds meer initiatieven die mensen zonder papieren ondersteunen met taal, eten, veiligheid, begeleiding en soms zelfs informele zorg. Tasche ziet daarin een positieve ontwikkeling: “Er zijn inmiddels duizenden buurtinitiatieven. Dat maakt me hoopvol.”
De weg vooruit
Tasche: “Mijn toekomstdroom is dat minder mensen in deze situatie terechtkomen en dat continuïteit van zorg vanzelfsprekend is.” Maar daarvoor moet de politiek bereid zijn naar oorzaken te kijken. Van Gog is optimistisch, maar realistisch over het huidige politieke klimaat: “We zitten niet in het beste tijdsgewricht.” Toch zien beiden aan de groei van buurtinitiatieven, de inzet van straatdokters en de bereidheid van professionals om zich hard te maken voor deze groep, dat er een positieve beweging is. Zoals Tasche zegt: “Dokters leveren goede zorg, ongeacht wie het is. Dat blijft.”
Daarom klinkt hun oproep aan zorgverleners helder en hoopvol: “Jullie doen fantastisch werk! Blijf verbinden met elkaar, samen kunnen we deze stem hard maken.” Die oproep is een uitnodiging om elkaar te blijven versterken, juist in een tijd waarin toegang tot zorg onder druk staat. Professionals zijn degenen die, in elke spreekkamer, met elk contact en aan elke balie, kunnen laten zien dat zorg een mensenrecht is en geen privilege, ook wanneer systemen en omstandigheden dat niet vanzelfsprekend maken.
Goede zorg vraagt om goede communicatie. Bij een taalbarrière kan de inzet van een professionele tolk nodig zijn, zeker bij complexe of gevoelige gesprekken. De landelijke richtlijn Omgaan met taalbarrières in de zorg en het sociaal domein helpt professionals hierbij.
Meer informatie