Amsterdam, 7 april 2026
Geachte Johannes Wier,
De stichting die naar u is vernoemd was op 17 januari jarig en is nu 40 jaar actief. Daarom schrijf ik u deze brief. Want ook al leefde u in de 16e eeuw en wij in de 21e, we voelen ons nog steeds sterk met u verbonden. Als arts en wetenschapper stond u kritisch tegenover mensonwaardige praktijken die samenhingen met de heksenvervolging. In uw tijd werden bepaalde aandoeningen toegeschreven aan heksen. U verzette zich tegen deze denkbeelden en wilde de geneeskunde zuiveren van onwetenschappelijke praktijken. U zag ook het lot van (meestal) vrouwen die verdacht werden van hekserij en wat er met hen gebeurde als zij vervolgd werden. In uw tijd gebruikte men verschillende, vaak gruwelijke meetmethoden om te ‘wegen’ of iemand – meestal een vrouw – een heks was. En als zij te licht werden bevonden, en dus op een stok konden vliegen, wachtte hen de brandstapel. U verzette zich tegen martelingen en kwam op voor de waardigheid van alle mensen. Als tegenstander van heksenvervolging en pleitbezorger van de rechten van mensen wordt u wel gezien als verdediger van mensenrechten al voordat er van mensenrechten werd gesproken. U schreef veel over zeldzame ziektes, bezetenheid en seksueel misbruik.

U wordt dan ook gezien als een belangrijke humanist en arts, en als pionier op het gebied van de geestelijke volksgezondheid. Wat dat laatste betreft is er in het Jaar van de Volksgezondheid,1960, een postzegel en een briefkaart met postzegel uitgebracht met daarop uw beeltenis.
Vanwege het 40-jarig bestaan van onze stichting sprak ik met Adriaan van Es, een van de oprichters van de Johannes Wier Stichting. Hij vertelde mij hoe het kwam dat destijds uw naam met de stichting werd verbonden. Uiteraard moest het een voorvechter van mensenrechten zijn. Iemand die opkwam voor de waardigheid van mensen – in woord en daad. Iemand aan wie een voorbeeld genomen kon worden. En zo kwamen de oprichters – na nauwkeurig historisch onderzoek – uit bij u, Johannes Wier.
Adriaan vroeg ik wat hem had bewogen om een stichting op te richten gericht op mensenrechten in de gezondheidszorg. Hij noemde mij enkele ervaringen uit zijn tijd als tropenarts. Zo kreeg hij als arts van politiemensen die met een geboeide gevangene in het ziekenhuis kwamen de vraag om te beoordelen of de geboeide man ‘fit for punishment’ was, met andere woorden geschikt voor lijfstraffen. Eerst werd hij overdonderd door de vraag, later besefte hij dat dit absoluut inging tegen de integriteit van mensen. Hij wilde en kon daaraan niet meewerken. Een andere ervaring deed hij op tijdens een staatsgreep. Jonge militairen namen de macht over en lieten hun tegenstanders kruipen door bakken met gebroken glas. Adriaan heeft de snijwonden wel behandeld en gehecht. Terug in Nederland hoorde hij bij Amnesty International dat deze gang van zaken als marteling werd gezien en hij daarvan dus getuige was geweest. Hij vroeg na of er andere tropenartsen waren met vergelijkbare ervaringen. Dat was het geval en dat was reden om de Johannes Wier Stichting (JWS) voor gezondheidszorg en mensenrechten op te zetten.
Een andere actieve vrijwilliger en bestuurder – Joost den Otter – vertelde mij over zijn eerste contact met de Johannes Wier Stichting. Dat was midden jaren ’90 toen hij als huisarts in een asielzoekerscentrum (AZC) in Aalten opeens met een hongerstaker van doen had. Zo kwam hij bij de Johannes Wier Stichting terecht, de toen en nu nog steeds enige organisatie voor hulp bij begeleiding van honger- en dorststakers.
Veel vrijwilligers van JWS, meestal zorgverleners, hebben zich door persoonlijke ervaringen in hun werksituatie aangesloten bij de Johannes Wier Stichting. Ieder met een eigen achtergrond, motivatie, kennis, ervaring en vooral bevlogenheid. Want dat kenmerkt de vrijwilligers van JWS. Dat was ook bij mij het geval. Net als Adriaan en Joost kwam ik via mijn werk – destijds bij het Centrum voor Ethiek en Gezondheid – in aanraking met de Johannes Wier Stichting. Niet als arts of zorgverlener, maar als ethicus. Het zal zo’n 12 jaar geleden zijn dat toenmalig voorzitter Loes van Willigen mij vroeg om mee te denken met het door ZonMw gefinancierde onderzoeksproject van JWS: Ethische dilemma’s in de Ggz voor asielzoekers. Een prachtig en vooral spannend onderzoek, dat leidde tot een handreiking en een e-learning voor professionals en andere betrokkenen in de Ggz die met mensen met een vluchtachtergrond werken. Bij dit project kwam ik ethische vraagstukken uit de Ggz-praktijk tegen die lastig en heftig waren en mij raakten. Na afloop van de slotbijeenkomst sprak ik Loes van Willigen aan en vertelde haar graag bereid te zijn om als vrijwilliger me in te zetten voor de Johannes Wier Stichting. Het duurde niet lang of ik werd bestuurslid. Dat was in het voorjaar van 2015. Vanaf die tijd vervulde ik verschillende bestuurlijke rollen, eerst als algemeen bestuurslid, later als vicevoorzitter en vanaf 2021 als voorzitter. Bestuurslid zijn bij JWS houdt meer in dan een vergadering bijwonen of voorzitten. Het is vooral ook de handen uit de mouwen steken, binnen je vermogen en met de expertise die je in huis hebt, en dat naast je dagelijkse werk en privéleven. Het vraagt veel energie en tijd, maar het is de moeite waard en mooi werk om te doen.
In mijn periode bij JWS heb ik naast bestuurlijke taken me vooral ingezet voor de zorg voor ouderen met een migratieachtergrond in de laatste levensfase en hun mantelzorgers. Hoogtepunt was het symposium over waardigheid en diversiteit in de laatste levensfase, eind 2023. Een ander belangrijk initiatief waarbij ik vrijwel vanaf de start in 2019 nauw betrokken was, is de campagne Tolken terug in de zorg, alstublieft onder leiding van Simone Goosen. In dit project gaat het erom dat taal geen barrière mag zijn voor het recht van iedereen op goede zorg. Daarom moeten professionals gemakkelijk professionele tolken kunnen inzetten om mensen die de taal onvoldoende machtig zijn te begrijpen. Want u, Johannes, weet als geen ander hoe belangrijk het is dat mensen goed begrepen worden om passende zorg te kunnen ontvangen.
In juli 2025 heb ik het voorzittersstokje overgedragen aan mijn opvolger Marleen Eijkholt. Ik ben nog even gebleven, niet alleen als vraagbaak voor verschillende nieuwe bestuursleden en de nieuwe secretariaatsmedewerker, maar ook om het 40-jarig jubileum voor te bereiden. Dat laatste heb ik samen met Alette Broekens, algemeen bestuurslid van JWS, gedaan. Wij hebben beiden met veel enthousiasme en energie hard gewerkt om een mooi jubileum tot stand te brengen, met een symposium en een jubileumuitgave. Het jubileumsymposium is tegelijkertijd een goed moment voor mij om afscheid te nemen van mijn werkzaamheden bij JWS. Geen voorzitter meer, geen vrijwilliger meer, maar wel blijf ik een trouwe volger en pleitbezorger van de Johannes Wier Stichting.
En vandaag, 7 april 2026, Wereldgezondheidsdag, is het dan zover. Het symposium met de titel Recht op gezondheid: hoe realiseer je dat in jouw praktijk? staat op het punt van beginnen. En dan, wie stapt daar onverwacht het podium op met een indrukwekkend betoog? Niemand minder dan u, Johannes Wier!
Uw betoog bevat onder meer een citaat van Anton van Kalmthout, gewaardeerd lid van ons Comité van Advies, waarin prachtig staat verwoord waarom het werk van de Johannes Wier Stichting nodig blijft:
Vijfhonderd jaar geleden – ten tijde van Johannes Wier – waren er nog geen mensenrechten, maar wel heksenvervolgingen. Wij leven in een tijd waarin mensenrechten algemeen zijn geaccepteerd en er geen heksen meer zijn om te vervolgen. Dit suggereert dat mensen als Johannes Wier niet meer nodig zouden zijn. Niets is minder waar. Nog steeds zijn er mensen die gediscrimineerd worden, die moeten leven in de marge van de samenleving, die worden uitgebuit en uitgezet, die geen dak boven het hoofd hebben en voor wie mensenrechten een onbereikbare luxe zijn. Ook onze tijd vereist een Johannes Wier.

Bij deze woorden sluit ik mij graag aan en hiermee rond ik mijn brief af. Ik wens u en alle betrokkenen bij de Johannes Wier Stichting moed, wijsheid en daadkracht toe om actief te blijven inzetten voor mensenrechten in zorg en welzijn!
Met hartelijke groet,
Alies Struijs